Het leed dat ouder worden heet

Het leed dat ouder worden heet

Dochterlief zit op turnen. Toevallig de enige sport die moeders leuk vindt om naar te kijken. Het oog wil ook wat, tenslotte. Tante Tutta wilde op acrobatecatiek, dus acrobatecatiek it is. Elke week slingert ze touw, zwaait ze ring en rolt ze kop. Nu wordt ze klaargestoomd voor haar eerste wedstrijd en daarvoor moet ze de radslag oefenen. Daar heeft ze moeite mee, dus moeders zou het weleens voordoen. Voor mijn gevoel zwierde ik na een soepele lancering zeer bevallig als volleerd cirque-du-soleil-artiest door de kamer. Tante Tutta moest heel hard lachen, echt een opsteker. “Dat jij dat nog kan! Op jouw leeftijd!”

Au! Die deed pijn. Op mijn leeftijd? Ik ben piepjong. Nog steeds. Althans, in mijn hoofd dan. Het is gek. Vroeger wilde ik niets liever dan volwassen worden. Mogen rijden, mogen drinken, zo lang opblijven als je zelf wilt (wauw!) en zelf je kleding uitkiezen. Ik zie mezelf nog zitten, bovenaan de trap, in een stomme jurk, al zingend “ik wil die jurk niet aan, ik wil die jurk niet aan, ik wil die, ik wil die, ik wil die jurk niet aan…” Een tophit, dat zeker.

En toen was het eindelijk zover, ik werd volwassen. Borstgroei, maandelijkse bloedingen (eeeeew!), haargroei op nog niet-verkende plaatsen (nog harder eeeeew!). En natuurlijk voor het eerst van alles mogen doen… Maar ik bleef toch stiekem nog een beetje kind. Zelfs als twintiger lag ik nog graag in mijn moeders armen en belde ik haar als ik advies nodig had.    

Studeren, uitproberen en nog meer leren, en toen was ik ineens nog volwassener. Huisje, boompje, beestje en als kers op de taart een dochter. Tante Tutta zou van mij een echte serieuze volwassen vrouw maken, dat nam ik me voor. En toch… stiekem bleef ik nog steeds kind.

Inmiddels zijn we jaren verder, Tutta is 6,5. En moeders bijna 35 en blijkbaar echt oud nu. En ja, dat is te zien. ‘s Morgens word ik wakker als een jonge blom. In mijn hoofd dan, want het opstaan gaat niet zo soepel. En de spiegel in de badkamer is mijn grootste vijand. De zwaartekracht doet duidelijk zijn werk (waar de F is die voor nodig?), en de kraaien hebben hun voetsporen achtergelaten op mijn gezicht. En waar komen die grijze haren vandaan? Gelukkig bestaat er zoiets als verf. De zwarte heksenhaar die op willekeurige plaatsen in mijn gezicht verschijnt, vind ik ook niet echt tof. Ik begin steeds meer op mijn oma te lijken. Ik herken haar hamsterwangen, die ik bij haar aandoenlijk vind, maar bij mezelf verafschuw. De hangende oogleden, de groeven bij mijn mond, het haalt me niet echt op. En toch blijf ik diep van binnen dat kleine meisje. Een puber. De puber die giechelt om niets, die heel lang kan praten over flauwekul, die onzeker is over haar uiterlijk, die soms (stiekem) van blijdschap huppelt. En ook dat zie ik terug in mijn oma. Op het huppelen na dan…

 

Het leed dat ouder worden heet. Tante Tutta heeft me even met beide benen op de grond gezet. Maar als ik naar mijn oma kijk, ben ik blij en trots dat ik op haar lijk. Vorige week werd ze 90. Op haar verjaardag hebben we samen gegiecheld, samen gepraat over flauwekul en samen ons ongenoegen geuit over ons aftakelende uiterlijk. Niet samen gehuppeld, dat deed ik heel even alleen in de gang. Gewoon uit dankbaarheid. Dat ik met vier generaties sterke vrouwen op de foto mocht. Dat ik de oudere generaties herken als ik in de spiegel kijk. Ook al gaat die herkenning gepaard met grijze haren, hamsterwangen en heksenharen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *