Leven met een Pavlov-Snapchatfilter

Leven met een Pavlov-Snapchatfilter

Ik ben een Pavlov-hondje. Ik verhaar, lig het liefst languit op de bank, heb op het moment een redelijk natte neus en bovenal: als ik het belletje van de magnetron hoor, begin ik al te kwijlen.
We kennen het principe: hond krijgt eten als het belletje gaat en uiteindelijk volstaat enkel het geluid om hem te doen kwijlen. Klassieke conditionering, uitgebreid onderzocht door Pavlov.

Honden lenen zich er uitstekend voor. Sterker nog, mijn ene hond heeft de andere geconditioneerd! De situatie was als volgt: de baas komt thuis, hond A blaft, hond B staat op uit de mand om geaaid te worden, hond A pikt de mand in. Inmiddels is de blaf van hond A voldoende om een vrije mand te creëren; hij blaft nu op willekeurige momenten om hond B te verdrijven. Baas boven baas.
Ik vind dat leuk, ik kan daar de lol wel van inzien. Ik heb echter wel opgemerkt dat ‘wij mensen’ ook behoorlijk geconditioneerd zijn. Hoeveel mensen grijpen niet naar hun telefoon als het reclameblok op tv begint? En een willekeurige beltoon laat mij al naar mijn telefoon grijpen. Het geconditioneerde gedrag lijkt ook voorrang te hebben op bijvoorbeeld fatsoensnormen, want reageren op je whatsapp-pingeltje mag ook gewoon middenin een gesprek. Op zich allemaal redelijk onschuldig, behalve dat het niet netjes is, heb je er niet echt last van. Conditionering kan ook een stap verder gaan. Door conditionering kun je al op jonge leeftijd bepaalde gedachten en daaruit volgende ‘regels’ internaliseren en daardoor patronen ontwikkelen, waarvan je later zegt “Dat maakt wie ik ben”. Die patronen dienen dan bijvoorbeeld als verdedigingsmechanisme, zelfbescherming.

Lees Meer Lees Meer

Blue Monday? Reken er maar niet op!

Blue Monday? Reken er maar niet op!

Ik ben best gevoelig voor blue. En voor zwart en grijs ook. Een winterdip of herfstdepressie? Ik doe mee. Met het vallen van het blad en het dalen van de temperatuur keldert mijn gemoedstoestand tot onder de gevoelstemperatuur. Voor mijn moodswings geldt op zijn minst code oranje en er valt geregeld een zeer plaatselijke bui. Blue Monday is dus in principe best aan mij besteed. Ik denk dat ik daar best goed in zou zijn.

Maar hoewel ik zeer gevoelig ben, benader ik alles vanuit de ratio. Ook mijn gevoel neem ik onder de loep en probeer ik te verklaren. Daarom heb ik dit hele fenomeen eens opgezocht op het zeer behulpzame en zo betrouwbare Wikipedia.

Blue Monday: de feestdagen zijn voorbij, het duurt nog jaren voor het weer lente is en ook het salaris laat erg lang op zich wachten na die toch al te dure decembermaand. Dat dus. Maar waar mijn ratio echt gelukkig van werd was die prachtige formule die ik vond. Zie de afbeelding en oooh en aaah met me mee. Mooi toch? Bedacht door de Britse psycholoog Cliff Arnall en naar zijn zeggen zeer wetenschappelijk verantwoord. Daar houd ik van, mijn cognitie begint al te kwijlen.

Lees Meer Lees Meer

Geweldig met een zachte g (of twee…)

Geweldig met een zachte g (of twee…)

Mijn eerste ingeving was om de titel met een ‘zagte g’ te schrijven, maar dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen. Dat is lelijk! Dus dan maar zo. Gewoon correct. Er is namelijk niets mis met een zachte g. Toevallig.

Ik ben geboren en getogen in Brabant. Noord-Brabant wel. Om precies te zijn: geboren in Terheijden en getogen in Breda. Maar dat mag je blijkbaar niet zeggen. Nee, of je nou uit Zwingelspaan komt of uit Eindhoven: je komt uit Brabant. Waar dat ineens is ontstaan weet ik ook niet, maar het viel me op dat er op tv nogal generaliserend over Brabanders wordt gesproken. Niet dat ‘ze’ ons boeren noemen, dat nog net niet, maar we worden wel een soort van op één hoop geknikkerd.

30 december presenteerde Margriet van der Linden de ‘Avond van Taal’. En taalliefhebber als ik ben, zat ik natuurlijk met natte haartjes in mijn pyjama te stuiteren voor de televisie. Just like old times. Maar dan zonder het glaasje cola en het bakje chips. Met wijn en een hele zak chips.

Lees Meer Lees Meer

Confectie-perfectie

Confectie-perfectie

Iedere gek zijn gebrek, is het gezegde. Noem mij maar knettergek dan, want ik heb er veel, gebreken. Eén van mijn grootste gebreken is, hoe tegenstrijdig het ook klinkt, mijn perfectionisme. Want perfectie bestaat niet en als een perfectionist moet dealen met haar eigen gebreken zorgt dat uiteraard automatisch voor gevoelens van falen. Gebrek nummer 2 is dan ook faalangst. Een veelvoorkomende combinatie, overigens.

In 2017 ben ik iets fanatieker gaan ‘Instagrammen’. Lees: ik heb ongeveer één foto per week gedeeld. Maar ik heb een ontelbare hoeveelheid foto’s voorbij zien komen, en geliked als het dat waard was. Ik vond het verrekte moeilijk om foto’s te delen. Het grootste deel van mijn volgers kent mij persoonlijk en ik wil natuurlijk dat iedereen denkt dat mijn leven perfect is. Want zo hoort dat, op social media. Tenminste, alle accounts die ik volg stralen perfectie uit. Van schitterende beenspierprogressiefoto’s tot prachtig gestyled eten, voorzien van motiverende commentaren, we liken het massaal. Maar als ik een boomerang van mijn koffiezetapparaat probeer te maken, ben ik steevast te vroeg. Als ik mijn eten op de foto zet, zie je geheid net dat donkere stukje van mijn vegaballetjes dat je eigenlijk niet wilt laten zien. En mijn beenspieren zijn niet drooggetraind. En mijn haar zit nooit zo goed. Dus deel ik maar geen foto, want onvolkomenheden delen, daar doen we niet aan. Bloggers delen hun successen, vloggers hun spectaculaire leven en daar staren we ons maar blind op. Daar ben ik eigenlijk een beetje klaar mee. Mijn leven ís niet perfect, verre van dat. Sterker nog, ik baal ontzettend van mijn leven! Maar dat mag je niet zeggen en daar kun je geen foto van delen, want stel je voor dat iemand ziet hoe het écht met je gaat…

Lees Meer Lees Meer